Uit de geschiedenis van het Interkerkelijk Dovenpastoraat
Het ontstaan van het Interkerkelijk Dovenpastoraat
door Adri Dingemanse
Tot aan de 2e Wereldoorlog werd er in de kerk nauwelijks iets voor doven
georganiseerd. In de kerk deden doven eigenlijk niet mee.
Een voorbeeld hiervan
kunt u hier vinden in een verslag van Henk Betten. Hij vertelt over de manier
waarop in vroeger eeuwen over het doen van geloofsbelijdenis door doven
gedacht werd.
Vlak voor de 2e Wereldoorlog werd opgericht: de Nederlands Christelijke Bond
van Doven (NCBD). Een dovengemeenschap die nog altijd bestaat en nauwe banden heeft
met de kerken.
Het oprichten van deze Bond is vooral gestimuleerd door leraren van de dovenschool Effatha,
toen in Voorburg. Zij wilden dat doven ook een christelijke bijeenkomst konden
meemaken. Zij begonnen bijeenkomsten voor doven te beleggen. Meestal op de zaterdag.
Daar lazen zij uit de bijbel. Zij gaven uitleg en er werd een lied opgezegd met
behulp van een schoolbord of een papier. Om dit te organiseren werden overal in het land
afdelingen van de NCBD opgericht. In mei 1940 werd officieel de NCBD
opgericht. Maar het duurde tot ver na de 2e wereldoorlog dat er overal afdelingen ontstonden.
In de bijeenkomsten, die het karakter hadden van eenvoudige
kerkdiensten warem de leraren van Effatha de voorgangers, evenals andere christenen
die goed met doven konden omgaan.
Deze afdelingen van de NCBD hadden geld nodig om een zaaltje te kunnen huren en om de kosten van de voorgangers te betalen. Daarvoor deden ze een beroep op de diaconieën van de kerken. Deze steunden de afdelingen van de NCBD.
Later gingen de kerken inzien dat het organiseren van deze bijeenkomsten toch eigenlijk de taak van de kerk was. Er kwamen predikanten die gingen meedoen. En zo kwam het tot een dovenpredikant van de Nederlands Hervormde kerk en van de Gereformeerde kerken (Synodaal). Later kwam er ook een dovenpredikant van de Christelijke Gereformeerde Kerken bij.
Deze predikanten preekten voor dezelfde groepen van de NCBD. Dat heeft hen ertoe gebracht om samen met de NCBD en de kerken te gaan overleggen of dit werk niet gezamenlijk gedragen kon worden. Dan konden ook de predikanten zich beperken tot een gedeelte van Nederland. Eerst werkten zij onder eigen doven in heel Nederland. Dit voorstel is na lang wikken en wegen goedgekeurd door de synodes van de drie genoemde kerken. Vanaf 1971 is er Interkerkelijk Dovenpastoraat.
Vanaf die tijd is er nauwe samenwerking tussen de drie kerken. De predikanten van de drie kerken hebben mandaat om in alle kerkelijke gemeenten van deze kerken voor te gaan in kerkdiensten met doven en alle ambtelijke handelingen te verrichten. Dit natuurlijk wel met goedkeuring van de plaatselijke kerkenraad. Ook hebben de kerken de verantwoordelijkheid voor de samenkomsten op zaterdagen overgenomen van de NCBD. Het zijn nu echte kerkdiensten met doven, geleid door ambtsdragers namens de plaatselijke kerken. Een regionale en interkerkelijke commissie (IC.) organiseert deze diensten. Daarnaast kwamen er ook op de zondag in de gewone kerkdiensten gecombineerde kerkdiensten, waarin doven aanschoven. Deze diensten werden aangepast zo dat doven ze ook helemaal konden volgen, woorden en liederen.
Vanaf dat moment werd de taak van de NCBD ook een andere. Zij organiseren nog steeds
naast en aansluitend aan de kerkdiensten op de zaterdag een bijeenkomst van
de afdeling van de NCBD. Deze bijeenkomsten zijn vooral gericht op onderling
contact en gezelligheid.
De NCBD is meer een "Bond" geworden, die opkomt voor de belangen van christelijke
doven, zowel naar de kerken toe, als ook naar het geheel van de dovenwereld.
Uit de geschiedenis van het dovenpastoraat en het dovenonderwijs:
- Over het ontstaan van het Interkerkelijk Dovenpastoraat
- Geschiedenis van het doen van Geloofsbelijdenis door doven- door Henk Betten
- Artikel Historie Amsterdams Kerkelijke Dovengemeenschap - geschreven door Henk Betten.
- Artikel: 225 jaar Nederlands Dovenonderwijs, geschreven door Henk Betten - najaar 2010.
- Artikel: 250 jaar Internationaal Dovenonderwijs, geschreven door Henk Betten -najaar 2010.
